Scholen gaan vogels kijken

Het cordon komt aangefietst. Een lange sliert kwebbelende leerlingen van het Alberdingk Thijm College uit Hilversum. De miezer gaat over in regen, maar de jongens en meiden houden de moed erin, in hun korte broeken en T-shirts. Ik vraag aan de begeleider of hij de volgende groepen wil adviseren warmere kleding en een regenjas aan te trekken. De man zegt met een grijns: “Alsof we dat niet al honderdduizend keer hebben gezegd.” Terwijl de leerlingen hun fiets parkeren, vang ik flarden op van: “Ik heb het zo koud”, “Kijk, Freek Vonk” tot “Vogels kijken is ont-zet-tend saai.” Er komt meer leven in de brouwerij als ik aankondig dat ze allemaal een verrekijker te leen krijgen.

“Mijn verrekijker doet het niet”
Het is fraai speelgoed, maar het vergt wat oefening om goed door een verrekijker te kunnen kijken. Ik geef ze uitleg over het in- en uitschuiven van de oogschelpen, het knikken van de kijker om de juiste breedte in te stellen en natuurlijk over het wieltje om scherp te kunnen zien. Dan is er natuurlijk een scholier met andere dingen bezig (buurman, buurvrouw, telefoon, of zelfs slapen) en zitten de doppen nog op de lenzen. Texel bij nacht. De sfeer komt er goed in als ze daadwerkelijk wat zien. Nu hoor ik vooral “oh’s en ah’s.”

Vliegende mieren
Als ik vraag wat je nog meer kunt gebruiken bij het kijken naar vogels, komen er allemaal goede antwoorden, zoals een vogelboek, telefoon, camera en zelfs een schuilhut. Ik geef er als tip bij kleding, zodat je warm en droog blijft. Een laagje extra komt mooi van pas als er bijvoorbeeld een zwerm vliegende mieren uit de grond komt. Dat gebeurt namelijk letterlijk bij een groep en de leerlingen rennen in paniek al wuivend en wapperend langs de Mokbaai. Zei iemand iets over Freek Vonk?

Wat doen die vogels daar?
Het voordeel van de Mokbaai is, dat er op deze plek altijd wel vogels te zien zijn. Bij hoogwater richt je je meer op de eenden en overvliegende trekvogels. Bij laagwater krioelt het op het wad van de steltlopers. De leerlingen hebben al geleerd over eb en vloed en nu kunnen ze goed zien welke plekken op dat moment interessant zijn voor de vogels. En wat ze dan doen. Eten? Slapen? Zijn ze alleen op een plek of juist met meerdere soortgenoten?

Snavels en poten
Het leuke is, dat veel leerlingen de vogels herkennen uit de leerstof en van de app Wadvogels van Vogelbescherming Nederland. Ik probeer ze uit te dagen, door ze te laten letten op de snavels van de steltlopers. Hebben ze allemaal wel genoeg te eten met zoveel vogels? Wat staat er op het menu? Het zit hem allemaal in de lengte van de snavel. De uitdrukking luidt ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is, maar op het wad geldt: “iedere vogel eet zoals het gebekt is.” De lengte van de poten is ook niet onbelangrijk. Sommige soorten kunnen heel lang in het hoogwater staan tot hun lijf nat wordt en ze bij opkomend tij moeten verhuizen naar een drogere plek op het wad.

Roze gast
We zien de wulp, steenloper, rosse grutto en kanoet. Verder valt de groep lepelaars op en herkennen we jonge en ouderdieren. Eendensoorten die we in de kijker krijgen zijn de opvallend getekende bergeend en de wintergast smient. “De wilde eend en de Nijlgans, die hebben we in Hilversum ook…”, reageren de scholieren. Plotseling roept een leerling uit: “Ik zie een flamingo”. Bingo! Sinds oktober vorig jaar is deze dwaalgast op het eiland aanwezig en de exotisch uitziende vogel lijkt het goed naar zijn zin te hebben. Ik ben aangenaam verrast dat bijna alle leerlingen weten, hoe het komt dat de flamingo zo roze van kleur is. Weet u het? Zo niet, dan bent u van harte welkom op één van onze volgende excursies. Zo ja, dan verwelkomen we u ook graag. We hebben uitstapjes voor elke leeftijd! Zie voor meer informatie www.vogelexcursiestexel.nl

Wilt u zelf het Nationaal Park Duinen van Texel verkennen, kijk dan ook eens op de website van het Nationaal Park.

Tekst en foto’s door Caroline Walta.

Het Vogelinformatiecentrum is samenwerkingspartner van Waarneming.nl